FAQ

Algemeen

De Ombudsdienst voor Energie is een federale, autonome openbare dienst met rechtspersoonlijkheid.

Zij is bevoegd voor:
↳ de verdeling van vragen en klachten over de werking van de elektriciteits- en aardgasmarkt;
↳ de behandeling van geschillen tussen de eindafnemer en een elektriciteits- of aardgasbedrijf.

Elke eindafnemer (natuurlijk of rechtspersoon) die elektriciteit of aardgas koopt voor eigen gebruik, kan beroep doen op de Ombudsdienst voor Energie.

Zo kunnen residentiële afnemers, zelfstandigen, ambachtslui, handelaars, vrije beroepen, kmo’s, verenigingen, verenigingen van mede-eigenaren, … gratis de Ombudsdienst voor Energie aanschrijven om een minnelijke schikking te vergemakkelijken voor een geschil met hun elektriciteits- of aardgasleverancier of met hun netwerkbeheerder.

De Ombudsdienst kan rechtstreeks of door een vertegenwoordiger van de gebruiker (vereniging, OCMW, advocaat, …) worden aangeschreven. Die tussenpersoon kan de klager bijstaan gedurende de hele periode dat de klacht in behandeling is.

De Ombudsdienst voor Energie heeft als opdracht de eindafnemers te helpen bij het oplossen van geschillen met hun elektriciteits- of aardgasleverancier of met hun netwerkbeheerder. Als je vindt dat je bij een klacht geen bevredigend antwoord hebt gekregen, kan je de ombudsman aanschrijven om te helpen.

Een leverancier is een onderneming die elektriciteit en/of aardgas levert aan één of meerdere eindafnemers. De leverancier produceert zelf elektriciteit, voert aardgas in of koopt bij de producenten (van elektriciteit) en de invoerders (van aardgas) om die door te verkopen aan hun klanten.

De eindafnemer sluit met een  leverancier een contract af voor de levering van elektriciteit en/of aardgas en de leverancier stuurt de elektriciteits- of aardgasfacturen naar de klant.

De eindafnemers kunnen zelf hun elektriciteits- of aardgasleverancier kiezen.

Elke leverancier moet een leveringsvergunning hebben die wordt verleend door de Waalse, Vlaamse of Brusselse regulator om in die gewesten particulieren te kunnen beleveren.

Je kan de lijst van elektriciteits- en aardgasleveranciers opvragen in het:
Waalse, Vlaamse en Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.

Een distributienetwerkbeheerder (DNB) staat in voor de verdeling van de elektriciteit en het aardgas tot bij de individuele installaties (dus vanaf het hoogspanningsnet (elektriciteit) of hogedruknet (aardgas) tot je woning of bedrijf).

De DNB is ook verantwoordelijk voor de indienststelling/buitendienststelling van aansluitingen, plaatsen van elektriciteits- en aardgasmeters, opname van meterstanden, …

Ten slotte is de DNB ook belast met het onderhoud en de ontwikkeling van veilige en betrouwbare netwerken.

De netbeheerders, de vroegere intercommunales, hebben een monopolie op hun grondgebied, zodat voor alle netgebruikers een identieke kwaliteit van de verdeelde elektriciteit en aardgas wordt gegarandeerd, ongeacht hun leverancier.

Op basis van een aantal vragen vindt u via volgende link de correcte gewestelijke of federale dienst terug, die u het best kan helpen. Klik hier voor de link

Klacht

Een klacht is een geschil met een elektriciteits- of aardgasbedrijf, waarmee de eindafnemer zich richt tot de Ombudsdienst voor Energie. Het indienen en de behandeling van een klacht zijn volledig gratis voor de eindafnemer. 

Alvorens de Ombudsdienst voor Energie aan te schrijven moet je al stappen (per gewone of aangetekende brief, e-mail, fax …) ondernomen hebben bij het/de betrokken energiebedrijf/bedrijven om tot een oplossing te komen.

Als je na je contact met het elektriciteits- of aardgasbedrijf geen (bevredigend) antwoord hebt gekregen, kan je hulp zoeken bij de Ombudsdienst voor Energie.

Je moet een dossier samenstellen met je naam en adres, een beschrijving van de klacht en de documenten die je klacht staven of verduidelijken (bijvoorbeeld: de correspondentie met het betrokken energiebedrijf, energiefacturen en -contracten, … ).

Je moet je klacht schriftelijk indienen:
→ Via het elektronisch klachtenformulier op www.ombudsenergie.be;
→ Per brief (ons adres: Ombudsdienst voor Energie, Koning Albert II - Laan 8 bus 6, 100 Brussel);
→ Per fax naar het nummer 02 211 10 69;
→ Ter plaatse in de kantoren van de Ombudsdienst voor Energie op werkdagen tijdens de openingsuren van 9 tot 12 u. en van 13.30 tot 16 u.

Aanvragen of klachten kunnen worden ingediend in het Nederlands, het Frans, het Duits of het Engels. De geschillenprocedure kan worden gevoerd in het Nederlands, het Frans of het Duits.

De Ombudsdienst voor Energie kan je helpen als je geen bevredigend antwoord op je vraag of klacht kreeg van het energiebedrijf:
een maand na betwisting van een factuur bij dit energiebedrijf;
na de antwoordtermijn die de leverancier mededeelt, als hij informatie van derden (bijv. de netbeheerder) nodig heeft;

De Ombudsdienst kan weigeren een klacht te behandelen wanneer deze klacht al meer dan een jaar geleden werd ingediend bij een elektriciteits- of aardgasbedrijf.

De Ombudsdienst voor Energie onderzoekt en beoordeelt klachten van klanten van aardgas- en elektriciteitsbedrijven.

Het gaat voornamelijk over klachten met betrekking tot:

De energiefacturen (voorschotfacturen, verbruiksfacturen, slotfacturen):
↳ (terug)betaling van facturen (domiciliëring, creditnota’s, afbetalingsplannen …);
↳ metergegevens bij jaarlijkse opname, bij verhuis of in geval van leegstand van een woning …

Commerciële leveranciers en sociale leveranciers (distributienetbeheerders), zoals over:
↳ prijzen en tarieven (verandering van prijzen of contractuele voorwaarden, distributie- of aansluitingstarieven, bijdragen, taksen …);
↳ verandering van leverancier (opzegging, wisselproblemen, boetes …);
↳ (dreiging met) opzegging energiecontract, drop naar sociale leverancier of afsluitingen ingevolge weigering van betaling van betwiste factuur of bij wanbetaling;
↳ Kwaliteit van de dienstverlening (geen, laattijdige of onvoldoende antwoord van de leverancier).

De Ombudsdienst is niet bevoegd om geschillen te behandelen:

  • tussen derden (waarbij het energiebedrijf niet aansprakelijkheid is, zoals bijvoorbeeld bij huurproblemen) of gericht aan andere bedrijven dan elektriciteits- of aardgasbedrijven;

  • ↳ over andere (energie)producten en –diensten die geen deel uitmaken van een energiecontract met een elektriciteits- of aardgasbedrijf, zoals petroleum, steenkool, hout, installatie van centrale verwarming, installatie van zonnepanelen, water, riolering, …;

  • ↳ over beleidsadviezen of -beslissingen van bevoegde Europese, federale, gewestelijke of lokale autoriteiten (Ministers, administraties, agentschappen, regulatoren, …). De Ombudsdienst werkt immers binnen de bestaande wetgeving, reglementering en regelgeving maar kan anderzijds wel zelf adviezen formuleren om bestaande (federale) wetgeving en reglementering op het vlak van energie, marktpraktijken en consumentenbescherming aan te passen of te verbeteren;

  • ↳ over uitsluitend gewestelijke aangelegenheden (aansluiting op het net, kwaliteit van levering, aan- of afsluiting, groene elektriciteit, gratis kWh, openbare dienstverplichtingen, compensaties en vergoedingen, distributienettarieven vanaf 1 juli 2014) maar wanneer deze vragen of klachten gericht zijn aan een energiebedrijf zal de Ombudsdienst het nodige doen voor de verdere afhandeling of doorverwijzing ervan naar of in samenwerking met de bevoegde gewestelijke (ombuds)diensten of regulatoren.

Klachten zijn enkel ontvankelijk als de klager vooraf al stappen ondernam bij het betrokken energiebedrijf. De Ombudsdienst is immers een beroepsinstantie, waartoe eindafnemers toegang hebben als er geen bevredigende oplossing gevonden werd bij een eerste contact met het elektriciteits- of aardgasbedrijf.

In normale omstandigheden wordt binnen de 3 weken na ontvangst van de klacht een schriftelijk ontvangstbewijs naar de aanklager gestuurd. In dat ontvangstbewijs wordt vermeld of de klacht al dan niet ontvankelijk is.

Gelet op onze achterstand na de ongeziene toestroom aan klachten tijdens de energiecrisis van 2022 en 2023, is deze termijn nog niet altijd haalbaar.

De Ombudsdienst kan weigeren een klacht als ontvankelijk te behandelen als:
↳ de eindafnemer niet of onvoldoende aantoont dat hij reeds voorafgaande stappen heeft ondernomen bij het energiebedrijf;
↳ de eindafnemer de Ombudsdienst enkel in kennis stelt van een eerstelijnsklacht lastens het energiebedrijf;
↳ de klacht wordt ingetrokken door de eindafnemer en bijgevolg zonder voorwerp is;
↳ de klacht meer dan een jaar geleden werd ingeleid bij het energiebedrijf;
↳ een rechtsvordering of arbitrageprocedure werd ingesteld betreffende de klacht;
↳ de klacht kwetsend of beledigend is of de werking van de dienst ernstig in het gedrang brengt.

De Ombudsdienst stuurt in deze gevallen het dossier wel door naar het betrokken energiebedrijf met de vraag er een passend gevolg aan te geven en de Ombudsdienst in kennis te stellen van het resultaat ervan.

Is de klacht niet volledig en/of niet-ontvankelijk, dan deelt de Ombudsdienst u dit binnen de drie weken na ontvangst van uw klacht mee.

Is de klacht volledig en ontvankelijk, dan heeft de Ombudsdienst een termijn van 90 kalenderdagen om het dossier te behandelen. Deze termijn kan eenmaal voor dezelfde periode worden verlengd mits motivering van de complexiteit van het dossier.

De partijen beschikken over een redelijke termijn van maximaal 30 kalenderdagen om hun standpunt kenbaar te maken. De analyse van die standpunten door de Ombudsdienst kan leiden tot vragen of opmerkingen aan de partijen per e-mail, brief of telefoon.

Gelet op onze achterstand na de ongeziene toestroom aan klachten tijdens de energiecrisis van 2022 en 2023, is deze termijn nog niet altijd haalbaar.

Na afloop van de analyse, kan een voorstel tot compromis worden gedaan met oog op een minnelijke schikking. Wanneer het antwoord voldoende duidelijk en bevredigend is voor de partijen, kan het dossier worden afgesloten.

Het kan ook gebeuren dat de Ombudsdienst er niet in slaagt tot een minnelijke schikking te komen of een oplossing te vinden. Dan kan een aanbeveling worden opgesteld, die evenwel niet bindend is voor de eindafnemer of het energiebedrijf. De Ombudsdienst formuleert die aanbevelingen wanneer een geschil gegrond is en uit de juridische elementen en de inhoud van het dossier blijkt dat een rechtmatige of billijke oplossing mogelijk is.

Wanneer een dossier ontvankelijk is, wordt de inningsprocedure van de betwiste bedragen in de klacht opgeschort gedurende de behandeling van het dossier en worden de verjaringstermijnen van gemeen recht geschorst .

Het onderzoek van de klacht en de bevriezing van de inningsprocedure worden stopgezet van zodra een klager of een energiebedrijf kiest voor een gerechtelijke procedure. De bemiddelingsprocedure via de Ombudsdienst stopt dus als de klager of het energiebedrijf zich uit deze procedure terugtrekt en kiest voor een gerechtelijke procedure, bijv. via de vrederechter.

De Ombudsdienst heeft als opdracht te proberen tot een minnelijke regeling te komen, maar dat is jammer genoeg niet altijd mogelijk.

De Ombudsdienst is geen rechter en kan het energiebedrijf dus niet verplichten om genoegdoening te geven aan de aanklager. De Ombudsdienst heeft geen enkele juridische of reglementaire bevoegdheid of macht in eigen naam.

Na afloop van de bemiddelingsprocedure door onze dienst is een gerechtelijke procedure dus nog altijd mogelijk

Het kan gebeuren dat de Ombudsdienst niet tot een minnelijke regeling kan komen of geen oplossing vindt.

De Ombudsdienst kan een aanbeveling formuleren als:
→ het geschil gegrond is;
→ uit de juridische elementen en de inhoud van het dossier blijkt, dat een rechtmatige of billijke oplossing mogelijk is.

In dat geval kan een aanbeveling worden opgesteld ten aanzien van het energiebedrijf. Deze is evenwel zowel voor de eindafnemer als voor het energiebedrijf niet bindend. Ook al is de aanbeveling niet bindend, toch kan ze alsnog nuttig aangewend worden in het kader van een gerechtelijke procedure als het energiebedrijf ze niet volgt.

Ja, na afloop van de bemiddelingsprocedure bij de Ombudsdienst is een gerechtelijke procedure nog altijd mogelijk.

Als de Ombudsdienst een aanbeveling heeft opgesteld die gunstig is voor u en het energiebedrijf legt die naast zich neer, kunt u die aanbeveling bij de processtukken voegen die aan het oordeel van de rechter worden voorgelegd.

Opgelet: Meer informatie over de bevoegdheden van de verschillende rechtbanken, vindt u terug via deze website van de Hoven en rechtbanken van België.

Onze dienstverlening is gratis.

Soms zal je ons kopieën van belangrijke stukken voor jouw dossier via de post moeten versturen (facturen, eerdere mailwisseling over je klacht, ...), als het je niet lukt om deze online door te sturen. Dat is doorgaans de enige eventuele kost die je zal maken. 

Het procedurereglement van de Ombudsdienst voor Energie artikel 5: "De behandeling van een aanvraag tot buitengerechtelijke regeling van een geschil door de ombudsdienst is kosteloos voor de eindafnemer."

Prijzen en (sociale) tarieven

Waarover gaat het?

De Ombudsdienst voor Energie betwist in 2018 het wettelijk karakter van de vaste vergoedingen die de energieleveranciers ESSENT (in 2021 overgenomen door LUMINUS), LUMINUS, OCTA+, MEGA, ENERGY PEOPLE (nu failliet) en Energy2Business ((nu failliet) voor een volledig leveringsjaar aanrekenen wanneer de klant vervroegd zijn energiecontract beëindigt.

Die energieleveranciers rekenen immers voor de levering van elektriciteit en/of aardgas vaste vergoedingen van 10 tot 90  euro per energiedrager aan voor een volledig leveranciersjaar, ook wanneer de eindafnemer zijn energiecontract vervroegd beëindigt. Dit betekent dat klanten soms meer dan 100 euro (vaste vergoeding voor elektriciteit + deze voor gas) moeten betalen wanneer zij veranderen van leverancier. Volgens de Ombudsdienst voor Energie is hier dan ook sprake van een (verkapte) verbrekingsvergoeding omdat de elektriciteits- en gaswet uitdrukkelijk bepaalt dat "geen enkele vergoeding mag worden aangerekend wanneer een huishoudelijke afnemer of KMO gebruikt maakt van het recht om zijn energiecontract te beëindigen”.

Waar vindt u die vaste vergoeding of verbrekingsvergoeding?

De aanrekening van die vaste vergoeding voor een volledig jaar vindt u doorgaans terug in de rubriek “energieprijs” van de slotfactuur die u ontvangt van uw oude leverancier na een beëindiging van uw energiecontact ingevolge een verandering van leverancier vóór de einddatum van uw energiecontract voor elektriciteit en/of aardgas.

Voor meer informatie: zie beleidsadvies nr. 17.011 van de Ombudsdienst voor Energie.

Veel gestelde vragen

Wat is een vaste vergoeding?

Dit is een abonnementskost of administratieve kost die sommige leveranciers aanrekenen bovenop de vaste of variabele energieprijs per kWh.

Hoeveel bedraagt de vaste vergoeding?

Die vergoeding kan sterk variëren en gaat van 10 euro tot 90 euro per jaar, inclusief 21 % btw.
Sommige leveranciers rekenen voor bepaalde energiecontracten zelfs geen vaste vergoeding aan.

Pro rata temporis of per begonnen jaar?

Vanaf 2015  begonnen sommige energieleveranciers de volledige vaste vergoeding per begonnen leveringsjaar aan te rekenen, ook al ben je geen jaar klant bij die leverancier. Andere leveranciers blijven die vaste vergoeding in verhouding tot de verstreken duur van het begonnen leveringsjaar (“pro rata temporis”) aanrekenen.

Volgens het consumentenakkoord dat de leveranciers en de voormalige Minister van Consumentenzaken hebben ondertekend, kunnen energieleveranciers tijdens het eerste leveringsjaar een vaste vergoeding per jaar aanrekenen. Vanaf het tweede contractjaar mogen zij die vaste vergoeding ofwel enkel volgens een dalend forfaitair gedeelte van de vaste vergoeding, ofwel volledig  pro rata temporis, ofwel gedeeltelijk forfaitair en gedeeltelijk pro rata temporis aanrekenen.

Hoeveel bedraagt uw eventueel financieel nadeel?

Dit is afhankelijk van de hoogte van de vaste vergoeding per jaar en van de periode dat u klant bent gebleven. Wanneer een vaste vergoeding van 60 euro per jaar voor elektriciteit en 60 euro per jaar voor aardgas wordt aangerekend en u bent slechts 2 maanden klant gebleven, zal het financieel nadeel 100 euro zijn of 50 euro voor elektriciteit en 50 euro voor aardgas.

Wat zegt de elektriciteits- of aardgaswet?

Zowel de elektriciteits- als de gaswet bepalen uitdrukkelijk dat “geen enkele vergoeding mag worden aangerekend wanneer een huishoudelijke afnemer of KMO gebruikt maakt van het recht om zijn energiecontract te beëindigen”
Volgens de Ombudsdienst voor Energie kunnen afspraken tussen de voormalige Minister van Consumentenzaken en de energieleveranciers in het consumentenakkoord, geen afbreuk doen aan deze wettelijke bepaling.

Collectieve rechtsvordering door de Consumentenombudsdienst

Op vraag van de Ombudsman voor Energie had de Consumentenombudsdienst op 3 augustus 2018 een collectieve rechtsvordering ingesteld bij de Ondernemingsrechtbank te Brussel met het oog op een collectieve schikking of onderhandeling met de betrokken leveranciers zoals wettelijk voorzien. Het Wetboek Economisch Recht laat immers aan de Consumentenombudsdienst de mogelijkheid toe om een groep van consumenten te vertegenwoordigen enkel in het onderhandelingsfase van een collectieve rechtsvordering, ten einde op die wijze tot een collectieve schikking met de betrokken partijen te komen.

Aan de Ondernemingsrechtbank werd gevraagd om de ontvankelijkheidsvoorwaarden van deze rechtsvordering te beoordelen, namelijk:
▫ De Consumentenombudsdienst is een geschikte groepsvertegenwoordiger om deze rechtsvordering in te stellen;
▫ De bestreden commerciële praktijken van de leveranciers vormen een mogelijke inbreuk op diverse wettelijke bepalingen, vooral uit de elektriciteits- en aardgaswet;
▫ Een collectieve vordering is efficiënter voor de gedupeerde klanten omdat een individuele rechtsvordering tijdrovend en duur is voor een schade van enkele tientallen euro’s (om die reden ook wel “strooischade” genoemd).

In het tussenvonnis van 4 november 2019 oordeelde de Ondernemingsrechtbank positief op de eerste ontvankelijkheidsvoorwaarde, namelijk dat de Consumentenombudsdienst de geschikte groepsvertegenwoordiger is om deze collectieve rechtsvordering in te stellen.

De betrokken leveranciers gingen evenwel in beroep bij het Hof van Beroep te Brussel dat werd gevraagd om zich uit te spreken over de drie ontvankelijkheidsvoorwaarden.

Op 14 april ’21 velde het Hof van Beroep een arrest waarbij het verzoek van de  Consumentenombudsdienst om met de betrokken leveranciers te onderhandelen met het oog op een collectieve schikking NIET werd ingewilligd.

Na meer dan 2,5 jaar is er dus een uitspraak die de wettelijke opdracht van de Consumentenombudsdienst om als groepsvertegenwoordiger op te treden in collectieve consumentengeschillen, in vraag stelt. De Consumentenombudsdienst heeft dan ook beslist om dit arrest verder te onderzoeken. De resultaten van dit onderzoek zullen toelaten omaanbevelingen te doen aan de regering of de wetgever over de rol van ombudsmannen in het nieuw Europees kader van representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten.

Hoe moet het nu verder?

Nu blijkt dat volgens het Hof van Beroep de Consumentenombudsdienst wettelijk NIET geschikt is om een  eventuele collectieve schikking tussen de Consumentenombudsdienst en de energieleveranciers te onderhandelen, stopt hiermee het dossier van de collectieve rechtsvordering voor de Consumentenombudsdienst.  Dit betekent dat de individuele consumenten geen deel kunnen uitmaken van een groep consumenten voor een collectieve rechtsvordering door de Consumentenombudsdienst.

Belangrijk is dat het Hof geenszins een uitspraak heeft gedaan over het geschil ten gronde, met name de (on)wettigheid van de betwiste forfaitaire vaste vergoedingen. Bijgevolg kunnen individuele consumenten deze praktijken blijven betwisten en hiervoor uiteraard verder beroep blijven doen op de Ombudsdienst voor Energie om te proberen een minnelijke schikking te vinden voor deze vaste vergoedingen of een aanbeveling te bekomen indien geen minnelijke oplossing met de betrokken energieleverancier mogelijk is.

Deze aanbevelingen van de ombudsman voor Energie zijn niet afdwingbaar ten aanzien van de energieleveranciers, maar ze zijn alsnog nuttig want:
↳ Individuele consumenten kunnen deze aanbevelingen gebruiken wanner zij voor de rechtbank om de vaste vergoeding bij een energieleverancier te betwisten. Voor welke vrederechter bevoegd is, kan u terecht bij:
Hoven en rechtbanken van België

↳ deze aanbevelingen worden ook gebruikt door de Ombudsdienst om structurele beleidsadviezen te formuleren aan de beleidsverantwoordelijken. Zie ook het memorandum aan de federale regering: ADVIES 19.013 van 31 december 2019 – Memorandum

Federale regeling

Art. 3 van de wet van 28 februari 2022 houdende diverse bepalingen inzake energie (Belgisch Staatsblad van 8 maart 2022) voorziet m.b.t. de voorschotfacturen dat:

• je energieleverancier een overeenkomst met je moet vinden m.b.t. de berekeningswijze van de voorschotten;
• een door de leverancier nieuw voorgesteld voorschotbedrag slechts wordt aangerekend wanneer je je hiertegen nite hebt verzet binnen 15 dagen na de kennisgeving van het voorgestelde bedrag;
• zowel je leverancier als jezelf dit bedrag te allen tijde kan wijzigen, binnen deze berekeningswijze;
• de leverancier je een verantwoording van de toegepaste berekeningswijze moet geven:
↳ bij de vaststelling van het voorschotbedrag;
↳ bij elke wijziging van dat bedrag door de leverancier;
↳ bij elke weigering van jouw aangepaste voorstel tot wijziging van het voorschotbedrag. Bij deze verantwoording volstaat het niet om enkel te verwijzen naar je veronderstelde verbruik.

Wanneer je zelf een lager voorschotbedrag vraagt, kan een mogelijk argument zijn dat je in de lopende facturatieperiode een lager verbruik hebt dan je historisch verbruik, waarop het voorschotbedrag werd berekend. Belangrijk om weten is dat sommige leveranciers de mogelijkheid bieden om regelmatig de meterstanden door te geven in de digitale klantenzone. Hierop worden de nieuwe voorschotbedrag berekend, (maar vervolgens niet noodzakelijk automatisch aangepast). Het initiatief zelf om een ander voorschotbedrag te vragen blijft bij jou liggen.

Opgelet: in een wintermaand is het energieverbruik doorgaans hoger dan in een zomermaand.

Hoe toon je je verbruik aan (Vlaams Gewest)?

Als je een digitale meter hebt, kan je een lager verbruik aantonen via een screenshot van
uw actuele verbruik op mijn.fluvius.be.

Heb je een analoge meter? Dan kan je een lager verbruik aantonen via de verbruikswijzer van Fluvius. Meer informatie hier.

Meer info?

Meer informatie over de voorschotfactuur vind je op de website van Vlaamse Nutsregulator.

Meer informatie over het sociaal tarief en de tijdelijke uitbreiding ervan, vindt u: → op de website van de FOD Economie.

Of → in het koninklijk besluit van 19 maart 2023 (publicatie van 22 maart 2023) houdende de verlenging van de uitbreiding van de maximumprijzen voor de beschermde residentiële afnemers tot personen met een recht op verhoogde verzekeringstegemoetkoming tot 1 juli 2023.

U vindt in dit koninklijk besluit onder art. 2 ook volgende informatie: "Vanaf 1 juli 2023 past de leverancier het op dat ogenblik goedkoopste product toe, en dit voor een periode van drie maanden."

Wet van 4 juni 2021 (Belgisch Staatsblad van 30 juni 2021)

Vanaf 1 januari 2022 moeten energieleveranciers duidelijk hun klanten informeren wanneer hun contract afloopt (of vernieuwd wordt bij contracten van onbepaalde duur):
▫ door hen een nieuw contractvoorstel te sturen:
↳ twee maanden voor het verstrijken van het contract;
↳ of voordat het product niet langer actief aangeboden wordt bij contracten van onbepaalde duur;
▫ en te vragen om uitdrukkelijk in te stemmen met het nieuwe voorstel.

Als de klant niet reageert, moet de leverancier het goedkoopste gelijkwaardig product aanbieden.


Het Consumentenakkoord

‘De consument in de vrijgemaakte elektriciteits- en gasmarkt’ bepaalt inzake de stilzwijgende verlenging en het vernieuwen van energiecontracten het volgende:

Wanneer een energieleverancier niet wenst over te gaan tot een stilzwijgende verlenging, maakt hij de consument een nieuw voorstel van leveringsovereenkomst over:
↳ ten minste twee maanden voor de einddatum van de lopende overeenkomst.
↳ Dit nieuw voorstel wordt aan de consument ter kennis gebracht via hetzelfde middel waarmee gebruikelijk met de consument wordt gecommuniceerd in verband met de lopende overeenkomst.
↳ Dit voorstel doet duidelijk blijken dat het om een nieuw contractvoorstel gaat.

Daarbij legt het duidelijk, ondubbelzinnig en op een specifieke wijze uit waarin de nieuw voorgestelde voorwaarden verschillen van de bestaande overeenkomst.

Enkel wanneer in deze fase het goedkoopste equivalent product uit de portefeuille van de energieleverancier wordt voorgesteld, mag er in de communicatie over het meest voordelige equivalent product worden gesproken. Enkel wanneer het voorgestelde product het goedkoopste van de markt is, mag het worden voorgesteld als het goedkoopste product.

De energieleverancier verzoekt de consument zijn instemming met het nieuwe voorstel. Deze moet dit uitdrukkelijk bevestigen via brief of andere duurzame drager, of van energieleverancier wisselen.

De energieleverancier wijst de consument er hierbij uitdrukkelijk en op een opvallende manier op dat hij via de websites van de gewestelijke regulatoren kan nagaan wat het goedkoopste product is. Dit gebeurt via een ondubbelzinnige mededeling met opgave van de hyperlink naar de juiste webpagina van de betrokken regulator waar de prijsvergelijking kan worden gemaakt.

Vaste vergoeding

Wet 28 februari 2022 (Belgisch Staatsblad van 28 februari 2022)

Wanneer u vanaf 1 juli 2022 gebruik maakt van uw recht om een energieleveringsovereenkomst voor aardgas en/of elektriciteit te allen tijde op te zeggen, dan mag een leverancier bij overeenkomsten met een variabele energieprijs u de overeengekomen vaste vergoeding aanrekenen:

↳ forfaitair, voor een periode van zes maanden, als u de overeenkomst stopzet binnen de zes maanden na de aanvang van de levering;
↳ naar rato van het aantal leveringsdagen, als u de overeenkomst stopzet na zes maanden na de aanvang van de levering.

Voor energiecontracten aan vaste prijzen is er geen wettelijke regeling voorzien en blijft de Ombudsdienst voor Energie het wettelijk karakter van de vaste vergoedingen betwisten die sommige energieleveranciers voor een volledig leveringsjaar aanrekenen wanneer de klant vervroegd zijn energiecontract beëindigt – zie ook deze FAQ over de vaste vergoeding.

Marktpraktijken & consumenten-bescherming

Een energieleverancier mag per kalenderjaar geen kosten meer aanrekenen voor de herinneringen voor de eerste drie vervaldata. Voor de bijkomende herinneringen mag een kost van maximaal 7,5 euro worden aangerekend, verhoogd met de verzendingskosten.

Meer en uitgebreidere informatie hierover vindt u via volgende link terug op onze website: klik hier

Vanaf wanneer?

Voor nieuwe energiecontracten, afgesloten na 1 september 2023, moeten de energiebedrijven en schuldinvorderaars deze nieuwe regels toepassen bij wanbetaling van schulden die daaruit voortvloeien.  Desgevallend moeten de leveranciers van elektriciteit en gas hun algemene voorwaarden daaraan aanpassen. Voor lopende overeenkomsten, afgesloten vóór 1 september 2023, zijn de nieuwe regels van toepassing op de betalingsachterstallen die zich voordoen vanaf 1 december 2023 evenals op invorderingen vanaf die datum.

Vlaanderen

In het Vlaamse Gewest mogen deze kosten nooit worden aangerekend bij beschermde afnemers.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is geen kostenaanrekening mogelijk voor de herinneringen bij niet-betaling van de eerste drie rappels. Voor de bijkomende zendingen gelden, voor zover een kostenaanrekening in de energieleveringsovereenkomst is vastgelegd, de gewestelijke maxima van 7,50 euro voor een herinnering en 15 euro voor de ingebrekestelling. 

Waalse gewest

In het Waalse Gewest is overeenkomstig de federale wetgeving geen kostenaanrekening mogelijk voor de herinneringen bij niet-betaling van de eerste drie rappels.  Voor de bijkomende zendingen gelden een maximum van 7,50 euro voor de herinnering en 15 euro voor de ingebrekestelling en kunnen die kosten enkel worden aangerekend voor zover dit in de energieleveringsovereenkomst is vastgelegd.  Zodra een gerechtelijke procedure wordt ingeleid kunnen geen kosten voor de herinneringsbrief en de ingebrekestelling meer geëist worden. 

Meer informatie vindt u terug op deze pagina op onze website.

designed by quickstream