Beperkingen van de kostenaanrekening aan de huishoudelijke afnemer bij de invordering van energieschulden

Waaraan dient een energiebedrijf of schuldinvorderaar zich te houden bij het invorderen van energieschulden buiten de rechtbank om?

We moeten hier vooral rekening houden met 2 categorieën van wettelijke voorschriften:

  • De algemene regels inzake schuldinvorderingen bij de consument, die van toepassing zijn op alle sectoren, dus ook de energiesector, en die in een federale wet zijn vastgelegd [1]. Deze regels moeten nageleefd worden door de energiebedrijven, maar ook door professionele schuldinvorderaars (incassobureaus, advocaten, gerechtsdeurwaarders voor zover zij buitengerechtelijk invorderen, …).
  • De specifieke regels die de energiebedrijven moeten naleven bij de invordering van achterstallige energiefacturen bij huishoudelijke afnemers en die gewestelijk zijn vastgelegd [2].

De algemene regels bij niet-tijdige betaling van facturen vindt u hier.


Inwerkingtreding van nieuwe, algemene regels

Voor nieuwe energiecontracten, afgesloten na 1 september 2023, moeten de energiebedrijven en schuldinvorderaars deze nieuwe regels toepassen bij wanbetaling van schulden die daaruit voortvloeien. Desgevallend moeten de leveranciers van elektriciteit en gas hun algemene voorwaarden daaraan aanpassen.

Voor lopende overeenkomsten, afgesloten vóór 1 september 2023, zijn de nieuwe regels van toepassing op de betalingsachterstallen die zich voordoen vanaf 1 december 2023 evenals op invorderingen vanaf die datum.


Cumulatieve toepassing

Energiebedrijven en hun schuldinvorderaars dienen zich bij de invordering van energieschulden te houden aan zowel de algemene, federale regels als aan de specifieke, gewestelijke regels.  Volgens de voorbereidende werken van de algemene, federale wet heeft indien “een cumulatieve toepassing niet mogelijk is”, de specifieke regel voorrang op de algemene regel[3].


Wat zegt de nieuwe regeling over de kostenaanrekening in het kader van een schuldinvordering?

Kosten voor herinneringsbrieven en ingebrekestellingen

Ingevolge de algemene regel mag een energieleverancier per kalenderjaar geen kosten meer aanrekenen voor de herinneringen bij niet-betaling (dat geldt voor drie vervaldata)[4]. Voor de bijkomende herinneringen mag een kost van maximaal 7,5 euro worden aangerekend, verhoogd met de verzendingskosten[5].

In het Vlaamse Gewest mogen die kosten nooit worden aangerekend bij beschermde afnemers[6]. Voor andere dan de beschermde afnemers  vermeldt de Vlaamse gewestelijke regeling geen beperkingen voor de kostenaanrekening.   Bijgevolg is de algemene regeling onverkort van toepassing: geen kostenaanrekening voor de herinneringen bij niet-betaling van drie vervaldata en een maximum van 7,50 euro voor de bijkomende herinneringen.

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is overeenkomstig de federale wetgeving geen kostenaanrekening mogelijk voor de herinneringen bij niet-betaling van drie vervaldata. Voor de bijkomende zendingen gelden, voor zover een kostenaanrekening in de energieleveringsovereenkomst is vastgelegd, de gewestelijke maxima van 7,50 euro voor een herinnering en 15 euro voor de ingebrekestelling[7]

Het totaal van de invorderings- en administratieve kosten mag de som van 55 euro per leveringscontract niet overschrijden.  Deze beperking geldt tot volledige betaling van de achterstallen of totdat wordt overgegaan tot een gerechtelijke procedure

In het Waalse Gewest is overeenkomstig de federale wetgeving geen kostenaanrekening mogelijk voor de herinneringen bij niet-betaling van drie vervaldata.  Voor de bijkomende zendingen gelden een maximum van 7,50 euro voor de herinnering en 15 euro voor de ingebrekestelling en kunnen die kosten enkel worden aangerekend voor zover dit in de energieleveringsovereenkomst is vastgelegd.  Zodra een gerechtelijke procedure wordt ingeleid kunnen geen kosten voor de herinneringsbrief en de ingebrekestelling meer geëist worden.  Het totaal van deze kosten mag de som van 55 euro per jaar en per energiesoort niet overschrijden.  Deze kosten mogen niet worden aangerekend aan de beschermde afnemers[8].


Nalatigheidsintresten en forfaitaire schadevergoedingen

Volgens de algemene regel kunnen nalatigheidsinteresten en/of een schadevergoeding pas worden gevorderd ten minste 14 kalenderdagen nadat een betalingsherinnering is verstuurd.

Wanneer na een termijn van 14 dagen na de eerste herinnering de achterstallige schuld niet (geheel) is aangezuiverd, kan de energieleverancier volgens de algemene regeling vergoedingen aanrekenen, maar die blijven beperkt tot:

  • de verwijlintresten (ook nalatigheidsintresten genoemd);
  • een forfaitaire vergoeding, voor zover die in de contractuele voorwaarden voorzien is[9].

In het Vlaamse Gewest wordt geen beperkende opsomming gegeven van de kosten die aan de energieverbruiker mogen worden aangerekend, maar dienen de energieleveranciers zich voortaan te houden aan de beperking die door de algemene regels wordt opgelegd: enkel nalatigheidsintresten en een forfaitaire vergoeding.

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest mogen aan de energieverbruiker, behoudens het verschuldigde resterende saldo geen andere vergoedingen gevraagd worden dan de eerder vermelde kosten voor herinneringsbrieven en ingebrekestellingen, voor zover dit in de contractuele voorwaarden voorzien is[10].

In het Waalse Gewest mogen aan de energieverbruiker, behoudens het verschuldigde resterende saldo, geen andere vergoedingen gevraagd worden dan:

  • de contractueel vastgelegde nalatigheidsintresten;
  • de eerder vermelde kosten voor herinneringsbrieven en ingebrekestellingen[11].


Nalatigheidsintresten

De algemene regeling legt een maximum percentage op voor de nalatigheidsintresten die mogen worden aangerekend.  De gewestelijke regelingen voorzien echter in bijzondere maxima bij de inning van achterstallige energieschulden.

In het Vlaamse Gewest mag de nalatigheidsintrest niet meer bedragen dan de wettelijke intrest[12].

In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest mag de leverancier sedert 30 april 2022 geen nalatigheidsintrest meer aanrekenen.

In het Waalse Gewest mag de nalatigheidsintrest niet meer bedragen dan de wettelijke intrest[13].


Forfaitaire schadevergoeding

Dikwijls vermelden de algemene voorwaarden van een contract een vast bedrag dat de consument verschuldigd is in geval van wanbetaling.  Dit heeft voor de schuldeiser het voordeel dat hij geen bewijs moet leveren van het nadeel dat hij werkelijk heeft geleden.

Volgens de algemene regeling mag een schadevergoeding enkel worden aangerekend in zoverre deze uitdrukkelijk in de overeenkomst is voorzien.  Bovendien wordt de forfaitaire schadevergoeding beperkt en mag het bedrag daarvan niet hoger zijn dan:

  • 20 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan 150 euro;
  • 30 euro vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 en 500 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 en 500 euro is;
  • 65 euro vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500 euro met een maximum van 2.000 euro als het verschuldigde saldo hoger dan 500 euro is.

Voorbeeld: bij een niet-betaald bedrag van 1.000 euro mag de schuldeiser dus maximaal 65 + 5 % van 500 euro, dus in totaal 90 euro aan forfaitaire vergoeding vragen. Er kunnen u als consument geen andere bedragen aangerekend worden dan die maximale verwijlinterest en/of forfaitaire vergoeding. Een rechter kan daarnaast nog altijd besluiten dat een schadebeding, al beantwoordt het aan die bedragen, niet in verhouding staat met een redelijke raming van de potentiële schade, en bijgevolg een onrechtmatig beding is. 


De Vlaamse Gewestelijke regels voorzien niet in maxima voor het bedrag van de forfaitaire vergoeding, zodat de energieleveranciers zich dienen te houden aan de hierboven vermelde, federaal vastgelegde maxima.


De regelingen van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en het Waalse Gewest voorzien niet in een forfaitaire schadeloosstelling, behoudens de eerder vermelde vergoedingen voor herinneringsbrieven en ingebrekestellingen, zodat deze voor het overige niet toegestaan zijn.


[1]: 

Heden vastgelegd in Boek XIX “Schulden van de consument” van het Wetboek van economisch recht.

[2]: 

Voor het Vlaamse Gewest zijn die in hoofdzaak terug te vinden onder Titel V van het Energiebesluit (Besluit van 19 november 2010 van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid).

In het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest wordt de procedure beschreven in:

  • de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en
  • de ordonnantie van 1 april 2004 betreffende de organisatie van de gasmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, betreffende wegenisretributies inzake gas en elektriciteit en houdende wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Voor het Waalse Gewest zijn deze regels opgenomen in:

  • Arrêté du Gouvernement wallon de 30 mars 2006 relatif aux obligations de service public dans le marché de l’électricité ;
  • Arrêté du Gouvernement wallon de 30 mars 2006 relatif aux obligations de service public dans le marché du gaz.


[3]:

Wetsontwerp houdende invoeging van boek XIX “Schulden van de consument” in het Wetboek van economisch recht, blz. 8.

[4]:

De algemene regel zegt in eerste instantie dat aan de consument geen kosten mogen worden aangerekend voor de eerste herinnering bij niet-betaling van één vervaldatum.  Bij overeenkomsten betreffende de regelmatige levering van goederen en diensten, zoals energieleveringscontracten, geldt die regel voor drie vervaldata per jaar.

[5]:

Art. XIX.2, §2, tweede lid WER.

[6]:

Art. 5.1.4 Energiebesluit.

[7]:

Art. 25sexies, §2, tweede  lid, 1° ordonnantie elektriciteit en art. 20quater,§1, vijfde lid ordonnantie gas.

[8]:

Art. 30ter, eerste lid, 3° arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché de l’électricité;

Art.33 ter, eerste lid, 3° arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché du gaz.

[9]:

Art. XIX.4, eerste lid WER.

[10]:

Art. 25sexies, §2, tweede  lid ordonnantie elektriciteit en art. 20quater,§1, vijfde lid ordonnantie gas.

[11]:

Art. 30ter, eerste lid, 3° arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché de l’électricité;

Art.33 ter, eerste lid, 3° arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché du gaz.een maximum van 2.000 euro als het verschuldigde saldo hoger dan 500 euro is.

[12]:

Art. 5.1.5 Energiebesluit.

[13]:

Art. 30ter, eerste lid, arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché de l’électricité.

Art. 33ter, eerste lid, arrêté du Gouvernement wallon relatif aux obligations de service public dans le marché du gaz.

designed by quickstream